**1..** De commissie kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan haar zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen.
**2..** De geheimhouding wordt door degenen die bij de behandeling aanwezig waren, en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen, totdat de commissie haar opheft.
**3..** De voorzitter kan omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door de commissie wordt bekrachtigd.
**4..** Indien de leden van de raad om inzage vragen in stukken omtrent welke de commissie geheimhouding heeft opgelegd, wordt dit slechts geweigerd voor zover deze inzage in strijd is met het openbaar belang.
HOOFDSTUK III
Artikel 14