Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2014

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van hetParkeren. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór hetverlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in decentrale parkeerapparatuur. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaaldop het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel