Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Intrekken van de huisvestingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan de huisvestingsvergunning intrekken indien: Bij verhuur de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de bekendmaking van het besluit tot verlening van de huisvestingsvergunning wordt ingenomen of bij verkoop de standplaats niet binnen een termijn van acht weken na de bekendmaking van het besluit tot verlening van de huisvestingsvergunning wordt ingenomen of de vergunninghouder binnen twee weken na de bekendmaking van het besluit tot verlening van de huisvestingsvergunning schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te maken of gebleken is van onjuistheid van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens volgens artikel 5. 2.. De vergunninghouder kan bij het college van burgemeester en wethouders een verzoek indienen tot verlenging van de in het eerste lid, onderdeel a en b, genoemde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel