Naar hoofdinhoud
1.. Het College verleent op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning voor het parkeren op vergunninghouderplaatsen en parkeerapparatuur-plaatsen. 2.. Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig of brommobiel wanneer deze: bewoner is van een adres binnen de betaalde parkeerzone, zolang het vastgesteld maximum aantal te verlenen vergunningen niet is overschreden en deze niet op andere wijze in parkeerruimte kan voorzien; uit hoofde van een beroep of bedrijf gevestigd is binnen de betaalde parkeerzone en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in die zone een motorvoertuig te parkeren en die niet op andere wijze in parkeerruimte kan voorzien.De hiervoor bedoelde noodzaak wordt slechts aanwezig geacht, indien: voor het vervoer van zware, kwetsbare of omvangrijke goederen, tenminste 5 keer per dag over de auto moet kunnen worden beschikt en binnen een loopafstand van 100 meter van het bedrijf redelijkerwijs geen parkeergelegenheid beschikbaar is; geregistreerd staat in Leiden als zelfstandig werkende huisarts, verloskundige of zorg- of hulpverlener in dienst van een in de gemeente Leiden gevestigde zorg- of hulpverleningsinstelling. De aanvrager dient bij de aanvraag aan te tonen dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is het motorvoertuig te parkeren binnen de betaalde parkeerzone en dat er niet op andere wijze in parkeerruimte kan worden voorzien; uit hoofde van een beroep of bedrijf aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is de klussenbus te parkeren indien en voor zover in dat gebied voor parkeren parkeerbelasting wordt geheven; middels een werkgeversverklaring van een in Leiden gevestigde werkgever aantoont in dienst te zijn bij deze werkgever. De werkgeversverklaring mag maximaal één maand oud te zijn. 3.. Op aanvraag van de ontvanger van mantelzorg kan aan deze een mantelzorgvergunning worden verleend, wanneer deze: bewoner is van een adres binnen de betaalde parkeerzone; in het bezit is van een AWBZ-indicatie voor mantelzorg, die wordt afgegeven door een onafhankelijk arts van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg). minimaal 8 uur per week of langer dan 3 maanden zorg behoeft; 4.. Op aanvraag van de bewoner die staat ingeschreven op een adres binnen de betaalde parkeerzone, kan per adres, ten behoeve van het parkeren van het voertuig van bezoekers een bezoekersvergunning, te noemen kraskaart, worden verleend waarmee voor een periode van maximaal 4 uur kan worden geparkeerd. Het maximum aantal uit te geven kraskaarten wordt nader door het college bepaald. 5.. Op aanvraag van een door het college goedgekeurd autodatebedrijf kan een autodatevergunning verstrekt worden waarmee het toegestaan wordt om motorvoertuigen van autodatebedrijven te parkeren op de daartoe aangewezen autodateplaatsen. 6.. Op aanvraag van een maat van een maatschap, kan een vergunning worden verleend, wanneer deze: bewoner is van een adres binnen de betaalde parkeerzone; een motorvoertuig of brommobiel deelt met een andere maat of meerdere maten; lid is van de Vereniging voor gedeeld autogebruik, door middel van een deelnemingsverklaring; een maatschaps- of leenovereenkomst en een jaarrekening kan overleggen die is opgesteld tussen alle maten van de maatschap, 7.. Het College wijst de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde zone aan van het op grond van artikel 2, eerste lid te nemen besluit. Alle vergunningen – met uitzondering van de autodatevergunning – zijn geldig binnen de gehele betaalde zone. Een autodatevergunning wordt uitsluitend verleend voor die parkeerplaatsen die daartoe aangegeven zijn door het daarbij behorende verkeersbord E9, RVV 1990, met onderbord waarop autodate vermeldt staat. 8.. Aan de vergunning kunnen door het college zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 9.. Het College kan aan de genoemde vergunningen ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare ruimte. 10.. Het College kan in de gevallen, waarin toepassing van dit artikel tot een bijzondere hardheid leidt, een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen en brommobielen op kenteken die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden. 11.. Op aanvraag van een werknemer, die beschikt over een verklaring als bedoeld in artikel 3, tweede lid en onder e, kan een werknemersvergunning worden verstrekt waarmee het wordt toegestaan om het motorvoertuig van de werknemer te parkeren op de daartoe aangewezen parkeerterreinen, op de daarvoor aangegeven dagen en tijden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel