Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Verordening ondersteuning bestuursarbeid

Aan de fractie-assistent van wie blijkt dat hij zich op enigerlei wijze niet houdt of heeft gehouden aan zijn plicht tot naleving van deze verordening, kunnen burgemeester en wethouders de rechten, die deze verordening hem toekent, voorlopig ontnemen. Zij leggen deze zaak daarna zo spoedig mogelijk onder opgaaf van hun beweegredenen ter beslissing voor aan de raad. Indien de raad de in het vorige lid bedoelde voorlopige ontneming bevestigt of uit eigen beweging tot ontneming van deze rechten besluit, heeft een andere assistent van de desbetreffende fractie niet de in deze verordening aan hem toegekende rechten gedurende drie maanden vanaf het tijdstip waarop de raad heeft beslist. De raad neemt geen beslissing als bedoeld in lid 2 dan nadat de betrokken fractie-assistent door de Commissie Algemene en Bestuurlijke Zaken is gehoord. Zolang de raad geen uitspraak heeft gedaan blijft de in lid 1 bedoelde voorlopige ontneming van kracht. Wanneer een fractie-assistent deel uitmaakt van een vaste commissie van advies, heeft de in lid 1 bedoelde voorlopige ontneming niet tot gevolg dat het lidmaatschap van die commissie wordt geschorst, respectievelijk beëindigd, zulks onverminderd het bepaalde in de Verordening vaste commissies van advies De Ronde Venen. Titel IV. Steunfractieleden

Rechtspraak bij dit artikel