Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:12

(Omgevings)vergunning voor het maken, het hebben, het veranderen of het gebruikt veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening, 4e wijziging

1.. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een (omgevings)vergunning van het bevoegd gezag: een uitweg te maken, te hebben of het gebruik daarvan te veranderen. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente; strijdigheid met het bestemmingsplan 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel