Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Co-ouderschap en vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Werk en inkomen gemeente Wormerland

1.. In artikel 34, derde lid, van de wet is vastgelegd tot welke vermogensgrens het vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, van wet wordt vrijgelaten bij alleenstaanden, alleenstaande ouders en gezinnen. Het co-ouderschap is een niet bij wet geregelde leefvorm. Voor het vaststellen van de vermogensgrens bij co-ouders geldt, dat de vermogensgrens voor een alleenstaande wordt verhoogd met een bepaald bedrag. 2.. De in het vorige lid bedoelde verhoging bestaat uit: - Het verschil tussen de vermogensgrens voor een alleenstaande ouder met ten laste komende kinderen, zoals bedoeld in artikel 34, derde lid, onderdeel b, van de wet en die van een alleenstaande, zoals bedoeld in artikel 34, derde lid, onderdeel a, van de wet; - Dit verschil wordt omgerekend naar een evenredig deel op basis van het aantal dagen in de week dat de co-ouder de zorg voor het kind of de kinderen heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel