Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Verplichtingen van de dienstverlenende gemeente

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling "Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking West-Friesland"

1. De dienstverlenende gemeente waarborgt een goede uitvoering van de werkzaamheden voor de in artikel 1, derde, vierde en vijfde lid, genoemde taken door de inzet van voldoende vakbekwaam personeel, het beschikbaar stellen van apparatuur, hulpmiddelen en huisvesting, alsmede door het invoegen in de bestuurs- , financiële, planning & controlcyclus van de gemeente. Tot de onder a. bedoelde werkzaamheden behoren ook die betreffende de archivering van de bij deze werkzaamheden behorende bescheiden, overeenkomstig de daaraan door de Archiefwet 1995 gestelde eisen en de in de dienstverlenende gemeente hiervoor geldende nadere regels. 2. De dienstverlenende gemeente levert de bestuurlijke voorzitters van de te organiseren marktplaatsen. 3. De dienstverlenende gemeente verzorgt het secretariaat van de marktplaatsen en daaraan verbonden ambtelijke werkgroep(en). 4. De dienstverlenende gemeente stelt voor de onder deze regeling vallende taken jaarlijks voor 1 juli een begroting met werkprogramma op voor het volgende jaar waarin de voor de samenwerking op grond van deze regeling beschikbare formatieplaatsen worden weergegeven en de daarbij behorende direct productieve uren per formatieplaats worden uitgezet ten opzichte van de voorgenomen werkzaamheden voor dat jaar. De dienstverlenende gemeente berekent in de onder lid 4 onder a. bedoelde begroting de door de dienstafnemende gemeenten te betalen financiële bijdrage op grond van de in artikel 4 afgesproken verdeelsleutel. De dienstverlenende gemeente zendt deze begroting met werkprogramma voor 1 juli aan de dienstafnemende gemeenten en agendeert deze in de marktplaats Algemeen bestuurlijke zaken om het gevoelen van de deelnemende gemeenten te peilen. Het gevoelen van de deelnemende gemeenten ten aanzien van deze begroting en ten aanzien van het werkprogramma wordt expliciet ter kennisgebracht aan de raad van de dienstverlenende gemeente alvorens deze begroting als onderdeel van de begroting van de dienstverlenende gemeente vaststelt. De dienstverlenende gemeente zendt de concept-begroting voor deze taken als voornemen vòòr 15 juli aan gedeputeerde staten en zendt de definitieve begroting als onderdeel van de totale gemeentelijke begroting aan gedeputeerde staten overeenkomstig de voor gemeentebegrotingen geldende voorschriften en termijnen. 5. De dienstverlenende gemeente zendt gelijktijdig met de jaarrekening een inhoudelijk jaarverslag aan de dienstafnemende gemeenten. 6. De dienstverlenende gemeente stelt van de kosten die voor de uitvoering van deze regeling zijn gemaakt een jaarrekening vast in het jaar volgend waarop deze betrekking heeft als onderdeel van de gemeentelijke jaarrekening. De dienstverlenende gemeente zendt de gemeentelijke jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten. 7. De dienstverlenende gemeente verstrekt binnen 30 dagen na ontvangst van een verzoek van het college of van een of meer leden van de raden van de aan de regeling deelnemende gemeenten schriftelijk inlichtingen aangaande de belangen waarvan de behartiging bij of krachtens deze gemeenschappelijke regeling aan de dienstverlenende gemeente is opgedragen. Indien beantwoording van een verzoek om inlichtingen niet binnen deze termijn kan plaatsvinden geeft de dienstverlenende gemeente de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht. De vragen met de antwoorden worden door de dienstverlenende gemeente onverwijld aan de colleges, resp. raden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten en aan de vragensteller meegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel