Naar hoofdinhoud
1.. De dienstverlenende gemeente richt ten behoeve van de samenwerking op grond van deze regeling een kostenplaats binnen haar begroting in. 2.. De kosten worden bepaald op grond van: a.. de kosten welke jaarlijks worden vastgesteld aan de hand van de personele en rechtspositionele kosten van de directe personeelsinzet in het kader van de dienstverlening binnen dit samenwerkingsverband; b.. een bij dit samenwerkingsverband passende opslag voor indirecte kosten (zoals huisvesting, personeel en organisatie, automatisering, huisdrukkerij, planning&control, bestuur, archivering). c.. eventuele bijzondere kosten verbonden aan de werkzaamheden verricht in het kader van deze regeling.

Rechtspraak bij dit artikel