De burgemeester kan de vergunning o.m. intrekken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is
afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan
als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e;
gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
voorschriften en beperkingen;
de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van
langer dan 26 weken wordt onderbroken;
de exploitant verklaart de exploitatie te hebben beëindigd
Afdeling II
Artikel 8
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Verordening kansspelautomaten en speelautomatenhallen 2011