De burgemeester kan de vergunning o.m. intrekken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e;
gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan 26 weken wordt onderbroken;
de exploitant verklaart de exploitatie te hebben beëindigd
Afdeling II
Artikel 8