**1..** Het college kan de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete
opleggen ten bedrage van:
**a..** € 200,- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien
van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende gehoor geeft aan de
oproep dan wel medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in
artikel 25, vierde lid van de wet.
**b..** € 400,- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de
wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
verordening.
**c..** € 500,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
Hoofdstuk 4.
Artikel 9
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering 2013 Ridderkerk