Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Ondermandaat aan teamleiders

Onderdeel van Mandaatregeling personele zaken 2014

1.. Ondermandatering van de bevoegdheden in artikel 1 kan uitsluitend geschieden aan de directeuren voor het nemen van besluiten ten aanzien van de aan hen toegewezen teamleiders en aan teamleiders voor het nemen van besluiten ten aanzien van de in hun team werkzame medewerkers. 2.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden de volgende beslissingen niet gemandateerd: Het vaststellen van de waardering van functies Het vaststellen van functieprofielen Het beslissen inzake een persoonlijke toelage, incidentele prestatiebeloning en extra periodieke verhogingen Het incidenteel afwijken van vastgesteld beleid en nadere regelingen op basis van de Arbeidsvoorwaardenregeling Het beslissen op de vermeerdering van de arbeidsduur boven de formatie Het beslissen inzake het toestaan van nevenfuncties Het opleggen van een verplichting tot het tijdelijk verrichten van andere werkzaamheden Het aangaan van detacheringsovereenkomsten en inhuur derden 3.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden de volgende bevoegdheden gemandateerd onder de voorwaarde dat door de directeur,onder wiens domein het betreffende team valt, vooraf is ingestemd met het jaarlijkse totaaloverzicht van alle verzoeken voor de teams binnen zijn domein: Het beslissen op een verzoek om overschrijving van niet genoten verlof naar een volgend jaar, voorzover dit het toegestane maximum overschrijdt; Het beslissen op een verzoek om overschrijving van verlof om redenen van dienstbelang; Het beslissen over de aan- en verkoop van verlofuren. 4.. Onder-ondermandaat is niet toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel