Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening hondenbelasting Rheden 2002

De belasting wordt niet geheven terzake van honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die in een hondenasiel verblijven, indien de eigenaar van een dergelijke inrichting houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming (Wet van 25 januari 1961, Stbl. 19); die uitsluitend ter verkoop in voorraad worden gehouden door een houder met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; die uitsluitend worden gebezigd bij opsporingswerkzaamheden ten dienste van de politie en waarvan de houder een betrekking bekleedt bij de politie.

Rechtspraak bij dit artikel