**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde
van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking
stellen van de parkeerapparatuur geschiedt met een (mobiele) telefoon of
ander toegelaten communicatiemiddel inloggen op de centrale
computer.
**3..** De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig
de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt
verstrekt.
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2014