Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:
indien de vergunning, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder b
van de Wet algemene bepalingen omgevingswet dan wel artikel 10
van de Monumentenverordening Ridderkerk 2013, niet is
verleend;
indien met de werkzaamheden is begonnen, voordat de eigenaar van
het college een beschikking tot subsidieverlening heeft
ontvangen, dan wel bericht heeft gekregen welke kosten als
subsidiabele kosten zijn aangemerkt;
als de kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn
gedekt;
indien het beschermde gemeentelijke monument waarop de aanvraag
betrekking heeft niet is verzekerd onder een zogenaamde
uitgebreide opstalverzekering, gebaseerd op de (herbouw)waarde
van het monument;
als dezelfde werkzaamheden binnen een periode van vijf jaar
voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend al
voor subsidie in aanmerking zijn gekomen;
als door het verlenen van subsidie het in artikel 4 bedoelde
subsidieplafond wordt overschreden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 13
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieverordening onroerend cultureel erfgoed Ridderkerk 2013