**1..** De subsidie ten behoeve van de instandhouding van een beschermd
gemeentelijk monument bedraagt 50% van de door het college
vastgestelde subsidiabele kosten. De subsidiebedragen zijn per
onderscheiden categorieën als volgt gemaximeerd: I € 2.000,-; II €
1.500,-; III € 3.000,-; IV € 2.000,-; V € 5.000,-; VI €
7.000,-;
**2..** De subsidie zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 bedraagt 100% voor
abonnement- en inspectiekosten en 50% voor bouwhistorisch
onderzoek;
**3..** Indien de werkzaamheden, zoals bedoeld in lid één van dit artikel,
geheel in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd, wordt alleen subsidie
verleend in de materiaalkosten. De maximale subsidie per categorie
bedraagt 50% van de in lid één van dit artikel genoemde bedragen per
categorie;
**4..** De subsidie zoals bedoeld in artikel 7 lid 5 bedraagt 100% van de
projectkosten met een maximum van € 5.700,00.
**5..** In daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in
aanmerking komende bijzondere gevallen kan de subsidie op een hoger
bedrag worden vastgesteld dan voortvloeit uit het eerste en vierde
lid van dit artikel;
**6..** De in het eerste en derde lid genoemde maximale bedragen kunnen
slechts eenmaal per vijf kalenderjaren per object worden verstrekt.
De in het tweede lid genoemde abonnementkosten kunnen jaarlijks
worden verstrekt. De in het tweede lid genoemde inspectiekosten van
rendabele beschermde gemeentelijke monumenten één maal in de vier
jaar en van onrendabele beschermde gemeentelijke monumenten één maal
in de twee jaar worden verstrekt. Het in het vierde lid genoemde
maximale bedrag kan jaarlijks worden aangevraagd;
**7..** Om voor de subsidie zoals bedoeld in het eerste en derde lid in
aanmerking te komen dienen de goedgekeurde subsidiabele kosten
minstens € 1.000,- of het totaal der materiaalkosten ten minste €
500,- te bedragen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Hoogte subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening onroerend cultureel erfgoed Ridderkerk 2013