Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 8

Hoogte subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening onroerend cultureel erfgoed Ridderkerk 2013

1.. De subsidie ten behoeve van de instandhouding van een beschermd gemeentelijk monument bedraagt 50% van de door het college vastgestelde subsidiabele kosten. De subsidiebedragen zijn per onderscheiden categorieën als volgt gemaximeerd: I € 2.000,-; II € 1.500,-; III € 3.000,-; IV € 2.000,-; V € 5.000,-; VI € 7.000,-; 2.. De subsidie zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 bedraagt 100% voor abonnement- en inspectiekosten en 50% voor bouwhistorisch onderzoek; 3.. Indien de werkzaamheden, zoals bedoeld in lid één van dit artikel, geheel in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd, wordt alleen subsidie verleend in de materiaalkosten. De maximale subsidie per categorie bedraagt 50% van de in lid één van dit artikel genoemde bedragen per categorie; 4.. De subsidie zoals bedoeld in artikel 7 lid 5 bedraagt 100% van de projectkosten met een maximum van € 5.700,00. 5.. In daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komende bijzondere gevallen kan de subsidie op een hoger bedrag worden vastgesteld dan voortvloeit uit het eerste en vierde lid van dit artikel; 6.. De in het eerste en derde lid genoemde maximale bedragen kunnen slechts eenmaal per vijf kalenderjaren per object worden verstrekt. De in het tweede lid genoemde abonnementkosten kunnen jaarlijks worden verstrekt. De in het tweede lid genoemde inspectiekosten van rendabele beschermde gemeentelijke monumenten één maal in de vier jaar en van onrendabele beschermde gemeentelijke monumenten één maal in de twee jaar worden verstrekt. Het in het vierde lid genoemde maximale bedrag kan jaarlijks worden aangevraagd; 7.. Om voor de subsidie zoals bedoeld in het eerste en derde lid in aanmerking te komen dienen de goedgekeurde subsidiabele kosten minstens € 1.000,- of het totaal der materiaalkosten ten minste € 500,- te bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel