Naar hoofdinhoud
1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3.. Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de verordening in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de parkeerbelasting op verzoek verminderd voor zoveel kalendermaanden als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel