Naar hoofdinhoud
De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, welke ingevolge een wettelijke voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voorwerpen van het rijk, provincie, gemeente, waterschap, waarvan de aanwezigheid noodzakelijk wordt geacht voor de uitoefening van de publiekrechtelijke zaak; wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, A.N.W.B. en daarmee overeenkomende instellingen; het hebben van borden, masten, palen, spandoeken, stands e.d. die in verband met de verkiezing van publiekrechtelijke lichamen zijn aangebracht; halteborden, wachthuisjes, abri’s e.d. ten dienste van openbare middelen van vervoer; vlaggestokken en vlaggestokhouders, voor zover niet gebruikt voor reclamevlaggen; voorwerpen, uitsluitend gebezigd ten behoeve van charitatieve instelling of voor het zonder winstoogmerk geven van onderwijs; stoeptreden, buizen voor afvoer van hemelwater of faecaliën, draden of leidingen voor de ontvangst van radio- en televisieprogramma’s of inritten. voorwerpen bij meldingsplichtige evenementen als bedoeld in artikel 1, lid d, van de Beleidsregels evenementen Schouwen-Duiveland 2006; bloembakken, zitbankjes zonder reclame; bouwobjecten waarbij de duur van plaatsing maximaal een aaneengesloten periode van 30 dagen bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel