Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Heiloo 2012

In deze verordening wordt verstaan onder: subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door de gemeente verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten (artikel 4:21 Awb); subsidieverlening: het verlenen van aanspraak op financiële middelen; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heiloo; eenmalige subsidie: subsidie voor bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; raad: raad van de gemeente Heiloo; jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt; subsidiegever: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heiloo; subsidieontvanger: de instelling het orgaan, de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid; instelling: organisatie of groepering van natuurlijke personen, die zich zonder winstoogmerk activiteiten ten doel stelt of mede ten doel stelt ter behartiging van algemene en collectieve belangen van ideële en/of materiële aard op door het college aangewezen gemeentelijke beleidsterreinen; subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie in de vorm van subsidieverlening of subsidievaststelling; subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies; activiteit: het resultaat van de inspanning van een instelling welke wordt gerealiseerd door de instelling. reserve: het eigen vermogen van de aanvrager, niet zijnde een voorziening; eigen vermogen: het bedrag dat resteert na saldering van alle bezittingen met alle schulden van een instelling. voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 374,eerste lid,van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel