In deze verordening wordt verstaan onder:
subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door
de gemeente verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van
de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente
geleverde goederen of diensten (artikel 4:21 Awb);
subsidieverlening: het verlenen van aanspraak op
financiële middelen;
college: college van burgemeester en wethouders van
de gemeente Heiloo;
eenmalige subsidie: subsidie voor bijzondere
incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier
jaar subsidie wil verstrekken;
raad: raad van de gemeente Heiloo;
jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of
voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een
periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt;
subsidiegever: college van burgemeester en wethouders
van de gemeente Heiloo;
subsidieontvanger: de instelling het orgaan, de
rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;
instelling: organisatie of groepering van natuurlijke
personen, die zich zonder winstoogmerk activiteiten ten doel
stelt of mede ten doel stelt ter behartiging van algemene en
collectieve belangen van ideële en/of materiële aard op door het
college aangewezen gemeentelijke beleidsterreinen;
subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het
toekennen van subsidie in de vorm van subsidieverlening of
subsidievaststelling;
subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald
tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
subsidies;
activiteit: het resultaat van de inspanning van een
instelling welke wordt gerealiseerd door de instelling.
reserve: het eigen vermogen van de aanvrager, niet
zijnde een voorziening;
eigen vermogen: het bedrag dat resteert na saldering
van alle bezittingen met alle schulden van een instelling.
voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel
374,eerste lid,van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.