**1..** Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren, met in
achtneming van het gestelde onder artikel 5 lid 4 van deze
verordening, indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in
overwegende mate gericht zijn op de beleidsterreinen van de gemeente
of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de
gemeente of haar ingezetenen.
**2..** Het verstrekken van subsidie kan naast de in artikel 4:25 en artikel
4:35 van de Awb genoemde gevallen geweigerd worden indien gegronde
redenen bestaan om aan te nemen dat:
de activiteiten van de aanvrager niet of niet in belangrijke
mate ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;
de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed
aan het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
ontplooien die in strijd zijn met wettelijke bepalingen, het
algemeen belang of de openbare orde;
de aanvrager zonder subsidieverstrekking over voldoende
gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
dekken;
de subsidie verstrekking niet past binnen het beleid van de
gemeente.
**3..** Geen subsidie wordt verstrekt, indien de doelstellingen,
activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het
beoogde gebruik van de subsidie discriminatie oplevert wegens
godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht,
burgerlijke staat,
seksuele gerichtheid, leeftijd of welke grond dan ook. Onder
discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter
opheffing van maatschappelijke achterstand.
HOOFDSTUK 4
Artikel 8a
Weigeringgronden/geen aanspraak
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Heiloo 2012