Naar hoofdinhoud
1.. De commissie vergadert zo vaak de voorzitter dit nodig oordeelt en op door hem te bepalen tijdstip en plaats, doch als regel minstens éénmaal per kwartaal. 2.. Voorts belegt de voorzitter een vergadering, indien tenminste drie leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgave van reden verzoeken en wel uiterlijk binnen een maand na ontvangst van dit verzoek. 3.. Spoedeisende gevallen uitgezonderd, wordt tenminste zeven dagen van te voren van het beleggen van een vergadering schriftelijk aan de leden kennis gegeven, zoveel mogelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen. 4.. De vergadering vindt slechts doorgang indien tenminste vier van de zitting hebbende leden zijn opgekomen. 5.. Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het vorige lid een vergadering niet kan plaats hebben, worden de aan de orde zijnde onderwerpen door de voorzitter op de agenda geplaatst van een binnen 14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die onderwerpen in elk geval worden behandeld.

Rechtspraak bij dit artikel