Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 14

Participatieplaatsen

Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009

1.. Het college kan uitkeringsgerechtigde personen bedoeld in artikel 1 sub i en l een participatieplaats aanbieden, waarbij voor tenminste 12 uur per week additionele, onbetaalde werkzaamheden worden verricht. 2.. Het doel van de participatieplaats is om uitkeringsgerechtigden die door persoonlijke werkbelemmeringen niet bemiddelbaar zijn dichter bij de arbeidsmarkt te brengen. 3.. De participatieplaats duurt minimaal 6 maanden en maximaal twee jaar. 4.. De in lid 3 genoemde termijn kan tweemaal met één jaar worden verlengd, met in achtneming van hetgeen gesteld is in artikel 10a lid 9 en lid 10 van de Wet werk en bijstand. 5.. De werkzaamheden in een participatieplaats zijn additioneel van aard en gericht op re-integratie. 6.. Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 7.. Met betrekking tot de aan te bieden scholing geldt hetgeen is bepaald in artikel 10 van deze verordening. 8.. Het college kan eisen stellen aan werkgevers met betrekking tot begeleiding en de investering in scholing van de deelnemers op een participatieplaats. 9.. De organisatie waar personen op een participatieplaats geplaatst worden draagt er zorg voor dat de geplaatste personen gedurende hun werk verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid. 10.. Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen met betrekking tot de inzet van participatieplaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel