Nadere regels over de uitoefening en bevoegdheden ten behoeve van seksinrichtingen:
§ 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
seksinrichting: de seksinrichting zoals bedoeld in artikel 3:1, onder c, van de Algemene Plaatselijke Verordening;
exploitant: de exploitant zoals bedoeld in artikel 3:, onder f, van de Algemene Plaatselijke Verordening;
beheerder: de beheerder zoals bedoeld in artikel 3:1, onder g, van de Algemene Plaatselijke Verordening;
bouwwerk: een bouwwerk zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Bouwverordening;
verblijfsruimte: een ruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2003;
werkruimte: een verblijfsruimte waarin de seksuele handelingen worden verricht als bedoeld in artikel 3:1 van de Algemene Plaatselijke Verordening;
vitrine: de ruimte met één of meer ramen van waarachter de prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen;
Bouwbesluit 2003: het besluit houdende technische voorschriften omtrent het bouwen van bouwwerken en de staat van bestaande bouwwerken, zoals dit besluit is gewijzigde bij diverse besluiten.
§ 2. Geschiktheidverklaring
Artikel 2 Geschiktheidverklaring
Het is verboden om zonder of in afwijking van een geschiktheidverklaring van burgemeester en wethouders een gebouw als seksinrichting in gebruik te nemen, te hebben of te houden.
Artikel 3 Aanvraag geschiktheidverklaring
Een aanvraag voor een geschiktheidverklaring moet de volgende gegevens en bescheiden bevatten:
de naam en het correspondentieadres in Nederland van de aanvrager;
indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en adres en een door de aanvrager ondertekende machtiging;
een duidelijke omschrijving van de plaats van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;
een situatietekening waarop tenminste 2 straten staan aangegeven met een schaal van elk 1:1000, vermeldende de kadastrale aanduiding en het adres van het bouwwerk;
bouwkundige plattegrondstekening(en) van het bouwwerk van tenminste 1:100, aangevende de indeling, de bestemming van de verschillende ruimten en de inrichting van deze ruimte zoals plaatsing van bed(den), kast(en), wastafel(s), veiligheidsinstallatie(s), vrije ruimte(n) ten behoeve van vluchten bij brand etc.
deze tekeningen moeten worden opgesteld overeenkomstig de eisen die zijn gesteld aan omgevingsvergunningtekeningen voor bouwen.
Artikel 4 Beslissingstermijn
Het college beslist op een aanvraag om een geschiktheidverklaring binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen
Het college kan hun beslissing éénmaal voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Van het besluit tot wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
In afwijking van het eerste en tweede lid houdt het college de beslissing op aanvraag aan indien:
a. voor dezelfde seksinrichting een omgevingsvergunning is vereist en op deze aanvraag nog niet is beslist;
b. op dezelfde seksinrichting een aanschrijving rust wegens strijd met de voorschriften van het bouwbesluit en/of de bouwverordening en aan die aanschrijving (nog) niet is voldaan.
De in het vorige lid bedoelde aanhouding eindigt zes weken nadat op de aanvraag om een omgevingsvergunning is beslist of nadat is voldaan aan de aanschrijving.
Artikel 5 Weigering geschiktheidverklaring
Een geschiktheidverklaring wordt geweigerd indien:
de omgevingsvergunning wordt geweigerd; en/of
de seksinrichting voldoet niet of niet meer aan het bepaalde in deze nadere regels.
Artikel 6 Intrekken of wijzigen geschiktheidverklaring
Het college kan een geschiktheidverklaring intrekken of wijzigen indien:
blijkt dat zij de geschiktheidverklaring ten gevolgde van onjuiste of onvolledige gegevens hebben afgegeven;
blijkt dat de exploitant van de geschiktheidverklaring niet of niet binnen de gestelde termijn(en) heeft voldaan aan een aan deze verklaring verbonden voorwaarde;
het belang op grond waarvan de geschiktheidverklaring is afgegeven dit vereist op grond van een verandering van de inzichten met betrekking tot de bescherming van de prostituees en de verbetering van hun positie, opgetreden na het afgeven van de verklaring.
§ 3. Inrichtingseisen seksinrichtingen
Artikel 7 Inrichtingseisen seksinrichtingen (met uitzondering van seksautomatenhallen)
In de seksinrichting mogen geen vitrines aanwezig zijn.
Tot een dergelijke seksinrichting moeten ten minste behoren:
a. Een verblijfsruimte ingericht als keuken;
b. Een verblijfsruimte ingericht als kleedkamer met afsluitbare hang/legkasten;
c. Een verblijfsruimte ingericht als dagverblijf met een oppervlakte van ten minste 3,6 m x 3,6 m;
Het bepaalde onder b. en c. van het vorige lid is niet van toepassing op een bedrijf met meer dan vijf werkruimten. Wanneer sprake is van meer dan vijf werkruimten dient iedere werkruimte te zijn voorzien van een afsluitbare hang/legkast.
Samenvoeging van keuken en dagverblijf, dan wel kleedkamer en dagverblijf is toegestaan als daarmee naar oordeel van het college een gelijkwaardige situatie wordt bereikt.
De in lid 2 genoemde verblijven mogen niet worden gebruikt voor prostitutiedoeleinden.
Elke werkruimte moet zijn voorzien van een wasbak met warm en koud stromend water en de mogelijkheid dient aanwezig te zijn tot het inschakelen van witte elektrische verlichting.
In een seksinrichting moet ten minste één toiletruimte en één badruimte aanwezig zijn, met dien verstande:
a. per bouwlaag ten minste één toiletruimte en één badruimte;
b. per vijf werkruimten ten minste één toiletruimte en per tien werkruimten ten minste één badruimte.
Artikel 8 Inrichtingseisen seksautomatenhal
Iedere cabine dient voorzien te zijn van een alarmknop.
De toegangsdeur van iedere cabine mag alleen van binnenuit afsluitbaar zijn met een cilinderknop.
Iedere cabine moet een oppervlakte hebben van ten minste 3 m2 en een breedte van 1.50 meter.
Iedere cabine dient te beschikken over een afvalemmer, voorzien van een plastic zak.
Artikel 9 Veiligheidsvoorzieningen prostituee
Iedere werkruimte dient voorzien te zijn van een zogenaamd stil alarm.
De toegangsdeur van een werkruimte mag slechts afsluitbaar zijn als in de seksinrichting een, voor de overige aanwezige prostituees goed bereikbare op die deur passende moedersleutel aanwezig is.
Indien de toegangsdeur van de werkruimte is gelegen in een gevel en de werkruimte niet beschikt over een besloten verbinding naar andere verblijfsruimten, dienen ten genoegen van het college maatregelen te zijn getroffen met het oog op de veiligheid van de in de werkruimte verblijvende prostituees.
Ruimten in de seksinrichting waarin zich één of meer prostituees zich bevinden, moeten zijn voorzien van duidelijk kenbare gelegenheid tot ontvluchting indien de normale uitgangen daartoe onvoldoende zijn. Deze moeten, mede gelet op het aantal andere personen dat zich in die ruimte bevindt, in aantal, in ligging en in grootte toereikend zijn om de prostituees op een zo veilig mogelijk wijze een zo veilig mogelijke plaats te doen bereiken. Vorenbedoelde gelegenheid tot ontvluchting moet zijn vrijgehouden van obstakels.
De toegangsdeur(en) van een werkruimte mag/mogen allen van binnen af afsluitbaar zijn met een cilinderknop.
Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing indien een toegangsdeur van een werkruimte gelegen is aan de weg.
Een werkruimte waarvan de toegangsdeur is gelegen aan de weg, moet in open verbinding staan met andere ruimten.
Indien het bepaalde in het vorige lid niet mogelijk is of niet kan worden gevergd, dienen maatregelen te worden getroffen waardoor de veiligheid van de prostituees anderszins wordt gewaarborgd.
De seksinrichting moet, mede ten behoeve van de prostituees, aangesloten zijn op het telefoonnet tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is.
§ 4. Gebruiks- en gezondheidsvoorschriften
Artikel 10 Maatregelen
De exploitant en de beheerder zijn verplicht maatregelen te treffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in de seksinrichting werkzame prostituees alsmede de bescherming van de volksgezondheid.
De in het vorige lid bedoelde verplichting houdt in dat:
a. de prostituee zelf zijn/haar klantkeuze en werktijden kan bepalen;
b. de prostituee niet verplicht mag worden alcoholhoudende dranken en/of drugs te gebruiken;
c. in de seksinrichting te allen tijde voldoende wettelijk goedgekeurde condooms voor gebruik beschikbaar zijn;
d. de prostituee niet verplicht is om, als daarom wordt verzocht, zonder condoom te werken;
e. de exploitant en de beheerder overigens alle overige maatregelen nemen die in het kader van de in het eerste genoemde belangen noodzakelijk zijn en waarbij de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee centraal staan.
De exploitant en de beheerder zijn verplicht een lijst met hulpverleninginstanties en belangenverenigingen van prostituees in de seksinrichting aanwezig te hebben.
Artikel 11 Gezondheidsvoorlichting
De exploitant en de beheerder zijn verplicht:
medewerkers van de GGD toegang te verlenen tot de seksinrichting om voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren en voorlichtingsmateriaal te verstrekken gericht op de bevordering en instandhouding van de gezondheidssituatie van de in de seksinrichting werkzame prostituees;
er zorg voor te dragen dat de onder de in de seksinrichting werkzame prostituees voldoende informatie- en voorlichtingsmateriaal in verschillende talen wordt verspreid over de aan de prostitutie verbonden gezondheidsrisico’s en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van instellingen op het gebied van de gezondheidszorg en de hulpverlening;
er zorg voor te dragen dat op een voor de klant duidelijk zichtbare plaats voldoende informatie- en voorlichtingsmateriaal aanwezig is over veilige sekstechnieken en seksueel overdraagbare aandoeningen.
Artikel 12 Geneeskundig onderzoek
De exploitant en de beheerder zijn verplicht de in de seksinrichting werkzame prostituees in de gelegenheid te stellen zich regelmatig geneeskundig op seksueel overdraagbare aandoeningen en overige aan het beroep gerelateerde klachten door een arts naar eigen keuze te laten onderzoeken.
Indien aan de seksinrichting een vaste arts is verbonden, worden naam en adres van deze arts aan de GGD bekend gemaakt. De prostituee mag niet worden gedwongen gebruik te maken van deze arts.
Het college kan nadere regels stellen voor punten waaraan specifiek aandacht moet worden besteed bij het geneeskundig onderzoek zoals bedoeld in het eerste lid.
Van het geneeskundig onderzoek mogen uitsluitend niet op personen herleidbare gegevens worden vastgelegd voor wetenschappelijk of epidemiologisch onderzoek.
De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt op het bepaalde in dit artikel van toepassing verklaard.
§ 5. Overige verplichtingen van exploitanten en beheerder
Artikel 13 Bewoningsverbod
Het is verboden om een gebouw dat geheel of gedeeltelijk bestemd is als seksinrichting als woonruimte te gebruiken of in gebruik te nemen.
De exploitant en de beheerder zijn verplicht op het bepaalde in het vorige lid toezicht uit te oefenen.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Artikel 14 Verboden reclame
Het is verboden voor een seksinrichting reclame te maken, waarbij garanties worden gegeven, of op andere wijze wordt aangegeven dat de in de seksinrichting werkzame prostituees vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.
§ 6. Slotbepaling
Artikel 15 Slotbepaling
Deze nadere regels zijn een aanwijzingsbesluit conform artikel 3.3 van de Algemene plaatselijke verordening en treden in werking op het moment dat de APV 2014 in werking treedt.