Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Deze verordening verstaat onder
de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, nummer 375);
Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers;
Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen;
uitkeringsgerechtigde: degene die een periodieke uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet, de Ioaw of de Ioaz;
Anw-er: persoon die een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt en die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het Centrum Werk en Inkomen;
niet-uitkeringsgerechtigde (nugger): een persoon als bedoeld in artikel 6 onder a. van de wet, maar ouder dan 18 jaar;
belanghebbende: een persoon die behoort tot de doelgroep en die aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden;
doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, lid 1 onder a. van de wet door burgemeester en wethouders ondersteuning kan worden geboden;
voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a van de wet; een instrument binnen een re-integratie traject dat ingezet wordt om belemmeringen bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te nemen;
arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht waarbij de werknemer gedetacheerd kan worden bij een instantie of bedrijf in de collectieve of marktsector. Met een arbeidsovereenkomst wordt gelijkgesteld een aanstelling op grond van het ambtenarenrecht;
vrijwilligerswerk: het verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie;
leerwerkstage: stage als bedoeld in artikel 11 van deze verordening;
proefplaatsing: werken met behoud van uitkering als bedoeld in artikel 12 van deze verordening;
loonwaarde: productiviteit van een gesubsidieerde werknemer als percentage van de
productiviteit van een reguliere werknemer in een soortgelijke functie;
non-productiviteit: het verschil tussen de vastgestelde productiviteit van een reguliere
werknemer in een soortgelijke functie en die van de gesubsidieerde werknemer;
traject: een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel door burgemeester en
wethouders aan hem opgelegd geheel van activiteiten gericht op het verkrijgen van betaalde arbeid;
trajectplan: een door de belanghebbende te ondertekenen plan waarin het geheel aan activiteiten is vastgelegd, met vermelding van in ieder geval de doelstellingen, termijnen en kosten;
trajectovereenkomst: overeenkomst inzake het aangaan van het traject waarin rechten en plichten van de betrokkene zijn vastgelegd. De overeenkomst wordt getekend door de belanghebbende en het college;
wettelijk minimumloon: het wettelijk minimumloon dat van toepassing is op de werknemer, exclusief werkgeverslasten.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Olst-Wijhe