1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
mobiele onderkomens en stacaravans, op vaste standplaatsen en in
hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door een of meer leden van
eenzelfde huishouden gedurende de periode 1 april tot en met 30
september bepaald op: 2,6 mobiele onderkomens en stacaravans, op vaste
standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door een
of meer leden van eenzelfde huishouden gedurende de periode 1 maart tot
en met 31 oktober bepaald op: 2,6 mobiele onderkomens en stacaravans, op
vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden
door een of meer leden van eenzelfde huishouden gedurende de periode 1
januari tot en met 31 december bepaald op: 2,4 mobiele onderkomens en
stacaravans, op vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het
verblijf houden door een of meer leden van eenzelfde huishouden
gedurende de periode 1 april tot en met 1 juli bepaald op: 2,7 mobiele
onderkomens en stacaravans, op vaste standplaatsen en in hoofdzaak
bestemd voor het verblijf houden door een of meer leden van eenzelfde
huishouden gedurende de periode 1 september tot en met 31 oktober
bepaald op: 2,4 Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde
personen is overnacht, wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de
periode 1 april tot en met 30 september, bepaald op 40. ingeval verblijf
wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste
standplaatsen gedurende de periode 1 maart tot en met 31 oktober,
bepaald op 60. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de
periode 1 januari tot en met 31 december, bepaald op 80. ingeval
verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op
vaste standplaatsen gedurende de periode 1 april tot en met 1 juli,
bepaald op 30. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de
periode 1 september tot en met 31 oktober, bepaald op 20.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting