**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
belasting gedurende vijf jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin
dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
**2..** Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**3..** De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van vijf jaren en een
rentevoet van 5%.
**4..** De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van
de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog
te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 5%.
**5..** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of
wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of
beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende
belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende
belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig
het vierde lid van dit artikel.
In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek
van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de
jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd.
Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van
de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel
231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
**6..** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of beperkt
recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt
de belastingschuld van de voor de overdracht bestaande onroerende zaak
voor de nog niet aangevangen belastingjaren over de na de overdracht
bestaande onroerende zaken verdeeld op basis van de volgende formule
(A/B) x C waarin:
de maatstaf van heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 4
voor de na de overdracht bestaande onroerende zaak;
de maatstaf van heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 4
van de voor de overdracht bestaande onroerende zaak;
de resterende belastingschuld voor de op het moment van de
overdracht nog niet aangevangen belastingjaren, zoals deze gold
voor de voor de overdracht bestaande onroerende zaak.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordenig op de heffing en de invordering van de baatbelasting cluster 49 Ringdijk Tweede Bedijking