Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Datum, vraagstelling en procedure

Onderdeel van Verordening op het raadplegend referendum

1.. De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. Het referendum vindt niet later plaats dan drie maanden na de dag waarop de raad overeenkomstig artikel 2 heeft besloten tot het houden van het referendum. De raad kan besluiten deze termijn te verlengen, onder meer om het referendum te kunnen combineren met algemene verkiezingen. 2.. De raad stelt tenminste vier weken voor het te houden referendum de vraagstelling van het referendum vast. 3.. In het raadplegend referendum wordt aan de stemgerechtigden gevraagd of zij voor of tegen een mogelijk door de raad te nemen besluit zijn, dan wel wordt aan hen de keuze uit een aantal alternatieven voorgelegd. Bij de keuze uit meerdere alternatieven wordt duidelijk aangegeven hoe de uitslag wordt vastgesteld. 4.. Het college is verantwoordelijk voor de organisatie van en de communicatie over het referendum 5.. Het referendum kan gecombineerd worden met Europese, landelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen. Het referendum vindt niet plaats op een zaterdag, een zondag, een algemeen erkende feestdag of in een vakantieperiode. 6.. Er kunnen meerdere referenda op één dag worden gehouden. 7.. De raad kan bepalen op welke wijze wordt gestemd. 8.. Uiterlijk drie weken voor de datum waarop het referendum wordt gehouden worden alle relevante stukken ter inzage gelegd op een aantal door het college te bepalen plaatsen. 9.. Een gemachtigde kan gebruik maken van ten hoogste twee machtigingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel