Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 14

Subsidieaanvraag subsidievaststelling

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Welzijn en evenementen 2013

1.. Een subsidieontvanger doet vóór 1 april van het jaar na afloop van het jaar waarop de subsidieverstrekking betrekking heeft een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij het college overeenkomstig artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier, tenzij artikel 16 lid 1 onder a van toepassing is. 2.. Het college kan bepalen dat aanvullend op het onder lid 1 genoemde aanvraagformulier ook andere gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn moeten worden overgelegd. 3.. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager op de in artikel 16, 17 en 18 genoemde wijze verantwoording af. 4.. Indien vóór de in het eerste lid genoemde datum geen aanvraag als bedoeld in dit artikel is ontvangen, wordt de organisatie verzocht alsnog binnen 4 weken de aanvraag in te dienen. Indien hieraan niet voldaan wordt kunnen burgemeester en wethouders de subsidie ambtshalve vaststellen. Als de subsidievaststelling lager is dan de subsidieverlening, kan het verschil worden teruggevorderd. 5.. Burgemeester en wethouders beslissen bij jaarlijkse subsidies vóór 1 september volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend op de volledige aanvraag tot subsidievaststelling. 6.. In afwijking van het eerste lid doet een ontvanger van een eenmalige subsidie binnen 12 weken na afloop van de gesubsidieerde activiteit een aanvraag tot vaststelling van de subsidie onder overlegging van een activiteitenverslag en financiële verslaglegging. Het bepaalde in het derde lid is van overeenkomstige toepassing. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst op de volledige aanvraag tot subsidievaststelling van de eenmalige subsidie. 7.. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het vijfde en zesde lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 8.. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven stelt het college de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast, tenzij zich een (of meer) van de in artikel 4:46, tweede lid Algemene wet bestuursrecht omschreven omstandigheden voordoet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel