Het algemeen bestuur stelt driemaal per jaar een tussenrapportage vast met daarin informatie over het lopende begrotingsjaar.
In deze rapportage wordt ingegaan op de beleidsmatige en financiële tussenstand.
In de rapportage worden de geleverde prestaties vergeleken met de geraamde prestaties.
In de rapportage wordt ingegaan op de overige zaken die van belang zijn om kennis te kunnen nemen van de stand van zaken.
De vastgestelde rapportages worden door het dagelijks bestuur vóór 15 mei, 15 augustus en 15 november aan de colleges van deelnemende gemeenten gezonden.