Naar hoofdinhoud
Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht – onroerende-zaakbelastingen, baatbelasting en rioolheffing – wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt: de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; de erfpachter dan wel de beklemde meier; de eigenaar of de appartementsgerechtigde; degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

Rechtspraak bij dit artikel