Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht – onroerende-zaakbelastingen, baatbelasting en rioolheffing – wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:
de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:
de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;
de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;
de erfpachter dan wel de beklemde meier;
de eigenaar of de appartementsgerechtigde;
degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.
Hoofdstuk
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie 2014