Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Verlaging gehuwden

Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen WWB 2013

1. De norm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden lagere algemene kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto wettelijk minimumloon voor de gehuwden in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, behoudens (een) ten laste komend kind(eren). 3. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto wettelijk minimumloon voor de gehuwden indien deze lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning of gedeelte van een woning waaraan geen kosten verbonden zijn, dan wel wanneer er sprake is van gehuwde daklozen. 4. Er vindt geen verlaging plaats van de norm indien het gezin verblijft in de crisisopvang of daarmee gelijkgestelde vormen van opvang. 5. In afwijking van het gestelde onder lid 2 van dit artikel wordt de verlaging bepaald op nihil indien er sprake is van inwoning van (een) ten laste komend(e) kind(eren), dan wel indien de gehuwden of één van beide gehuwden de zorg heeft over een zorgbehoevende of zelf zorgbehoevend is.

Rechtspraak bij dit artikel