De burgemeester kan aan een vergunning tot het
uitoefenen van het horecabedrijf in een inrichting, als bedoeld in artikel
2:34b van de deze verordening de volgende voorschriften verbinden:
de vergunning geldt slechts voor de verstrekking van
zwakalcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, verstrekking van
sterke drank is verboden;
de aanwezigheid van sterke drank in de horecalokaliteiten van de in
de vergunning genoemde inrichting is verboden.