**1..** Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting:
a. waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren worden verkocht;
b. waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;
c. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of –instellingen;
d. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of –instellingen;
e. die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf;
f. die gelegen is op een terrein, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als kampeer- of caravanterrein.
**2..** De burgemeester kan op schriftelijke aanvraag ontheffing verlenen van de in dit artikel gestelde verboden.
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
Onderdeel van Verordening paracommercie enoverige bijzondere bepalingen uit de Drank- en Horecawet