Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1.4.1.5

Vergoedingen voor personen die in een inrichting verblijven

Onderdeel van Beleidsregels WWB

Uit praktische overwegingen wordt de systematiek gehanteerd dat de normale uitkering algemene bijstand pas wordt omgezet in de lagere norm op grond van artikel 23 WWB (eventueel vermeerderd met bijzondere bijstand voor vaste lasten) met ingang van de eerste dag van de tweede (kalender)maand volgend op die waarin de belanghebbende in de inrichting is opgenomen. E.e.a. wordt omgezet in de lagere norm (eventueel vermeerderd met bijzondere bijstand voor vaste lasten (huur/hypotheek en energiekosten (gas/water/elektriciteit).Voor de rente en aflossing van een hypotheek bij een eigen woning kan in bepaalde omstandigheden (bij geen overwaarde in de woning) bijzondere bijstand worden verleend. Een andere mogelijkheid kan zijn om leenbijstand te verstrekken. Voorbeeld Een alleenstaande van 43 jaar wordt op 14 augustus 2013 opgenomen in een inrichting in de zin van de WWB. De lage uitkering (eventueel plus bijzondere bijstand voor vaste lasten) wordt van kracht met ingang van 1 oktober 2013 (met ingang van de eerste dag van de tweede (kalender)maand volgend op die waarin de belanghebbende in de inrichting is opgenomen). Voor onontkoombare kosten in verband met het aanhouden van de woning kan gedurende maximaal 6 maanden bijzondere bijstand worden verleend. Dit geldt ook voor gehuwden waarvan beide partners in een inrichting verblijven. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor de volgende kosten: huur; nutsvoorzieningen ter hoogte van het vastrecht; onroerende zaakbelasting; verzekeringen zoals inboedelverzekering. Verblijf in detentie Op grond van artikel 13 lid 1 sub a WWB heeft de gedetineerde geen recht op bijstand, dus ook geen bijzondere bijstand. Dit betekent dat er ook geen doorbetaling van de vaste lasten kan plaatsvinden. Slechts indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken, kan op grond van artikel 16 WWB afgeweken worden van de bepaling in artikel 13 WWB. Hierbij wordt met name bezien of betrokkene redelijkerwijs had kunnen reserveren voor deze kosten of anderszins maatregelen had kunnen nemen (afsluiting nutsvoorzieningen, betalingsregelingen, onderverhuur, enz.). Meestal is de cliënt geruime tijd voorafgaand aan de detentieperiode bekend met de komende detentie en kan dus reserveren of maatregelen nemen. De in artikel 16 WWB bedoelde zeer dringende redenen zullen dan ook slechts hoogst zelden voorkomen. In de praktijk wordt, bij een detentieperiode van minder dan 6 maanden, de betaling van vaste lasten soepel bezien. Als bijstand wordt verstrekt voor de doorbetaling van de vaste lasten, gebeurt dit normaliter in de vorm van een geldlening op grond van artikel 48 lid 2 sub b WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel