Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1.4.2.5.1

Woonlasten tijdens detentie (BB)

Onderdeel van Beleidsregels WWB

Op grond van artikel 13 lid 1 sub a WWB heeft de gedetineerde geen recht op bijstand, dus ook geen bijzondere bijstand. Dit betekent dat er ook geen doorbetaling van de vaste lasten kan plaatsvinden. Slechts indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken, kan op grond van artikel 16 WWB afgeweken worden van de bepaling in artikel 13 WWB. Hierbij wordt met name bezien of betrokkene redelijkerwijs had kunnen reserveren voor deze kosten of anderszins maatregelen had kunnen nemen (afsluiting nutsvoorzieningen, betalingsregelingen, onderverhuur, enz.). Meestal is de cliënt geruime tijd voorafgaand aan de detentieperiode bekend met de komende detentie en kan dus reserveren of maatregelen nemen. De in artikel 16 WWB bedoelde zeer dringende redenen zullen dan ook slechts hoogst zelden voorkomen. In de praktijk wordt, bij een detentieperiode van minder dan 6 maanden, de betaling van vaste lasten soepel bezien. Als bijstand wordt verstrekt voor de doorbetaling van de vaste lasten, gebeurt dit normaliter in de vorm van een geldlening op grond van artikel 48 lid 2 sub b WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel