Naar hoofdinhoud

Artikel 3.2.2

Het recht op langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Beleidsregels WWB

Het college kan op aanvraag een langdurigheidstoeslag verlenen onder bepaalde voorwaarden omschreven in artikel 36 WWB. Eén van deze voorwaarden is dat belanghebbende naar het oordeel van het college voldoende heeft getracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden (artikel 36 lid 1 onder c WWB). Bovenstaande tekst is vervangen door: Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. In dat verband worden gedragingen behorende bij de eerste categorie, zoals omschreven in artikel 10 lid 1 van de Afstemming/ Maatregelenverordening niet tot de gedragingen die het verkrijgen of aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren. Langdurig laag inkomen Aan de in artikel 36 lid 1 WWB gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende referteperiode het inkomen per maand niet uitkomt boven 100 procent van de bijstandsnorm. Referteperiode Als referteperiode geldt een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Peildatum Als peildatum geldt de datum waarop langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd. Inkomensverbetering Er is geen sprake van uitzicht op inkomensverbetering indien gedurende de referteperiode van 36 maanden niet meer inkomsten uit of in verband met arbeid zijn ontvangen dan 15% van de gehuwdennorm per maand gedurende maximaal 3 maanden. De hoogte van de langdurigheidstoeslag De langdurigheidstoeslag bedraagt per 1-1-2014: voor gehuwden/gezinnen € 513,00, voor een alleenstaande ouder € 460,00 en voor een alleenstaande € 360,00 Van het recht uitgesloten gehuwde Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 WWB of artikel 13 lid 1 WWB komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 Wwb of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel