In deze afdeling wordt verstaan onder:
Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare
inrichting worden in ieder geval verstaan: een hotel,
restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
discotheek.
Onder openbare inrichting als bedoeld in het eerste lid
wordt mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en
de andere aanhorigheden.
Terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
liggend deel van de openbare inrichting waar sta- of
zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
a. de wet: de Drank- en Horecawet;
de begrippen:
alcoholhoudende drank,
horecabedrijf,
horecalocaliteit,
inrichting,
paracommerciële rechtspersoon,
sterke drank,
slijtersbedrijf en
zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de wet.
Vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de
wet;
Houder: degene die een openbare inrichting exploiteert.
Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende
bloed- en
aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met
de derde graad;
b.de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel
438 van het
Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438,
derde lid, van
het Wetboek van Strafrecht;
de leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de
vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid van de wet,
met betrekking tot die inrichting;
de persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a,
eerste lid van de wet, is gevraagd, mits de ontvangst van
die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag
is beslist;
personen die werkzaam zijn ten dienste van de inrichting of
de exploitatie ervan;
de personen van wie aanwezigheid in de inrichting wegens
dringende redenen noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:27
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014