1. a. Het is de exploitant verboden de openbare inrichting, niet
zijnde een houder van een nachtverblijf, voor bezoekers geopend te
hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven:
op maandag tot en met zaterdag tussen 03.00 uur en 06.00 uur.
Voor openbare inrichtingen als bedoeld in lid 1a van dit
artikel geldt dat na 02.00 uur:
geen publiek meer wordt toegelaten;
geen alcoholhoudende drank meer wordt verstrekt;
geen muziek ten gehore wordt gebracht;
de verlichting aan moet zijn.
Het is de houder van een openbare inrichting waar
bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat,
uitsluitend dan wel in hoofdzaak geringe eetwaren en/of
alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden
verstrekt, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben,
of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven:
op maandag tot en met zondag tussen 03.00 uur en 06.00
uur.
Voor openbare inrichtingen als bedoeld in lid 1c van dit
artikel geldt dat na 02:30:
geen publiek meer wordt toegelaten;
geen muziek ten gehore wordt gebracht; en
de verlichting aan moet zijn.
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten
verblijven na sluitingstijd.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
sluitingstijd.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor
de winkel.
Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
voorzien.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
De sluitingstijd van alle horecabedrijven wordt op 1 januari
vastgesteld op 06.00 uur.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014