**1..** Indien een verzoeker meent dat hij schade heeft geleden als gevolg van
een project of een besluit, kan hij zich voor het bepalen van het nadeel
en voor de vergoeding daarvan met een schriftelijk verzoek tot het
college wenden. Het verzoek wordt ingediend zo spoedig als
redelijkerwijs mogelijk is, maar niet later dan twaalf maanden na
beëindiging van dat project of het onherroepelijk worden van het
schadeveroorzakende besluit.
**2..** Het verzoek bevat ten minste:
de naam en het adres van de verzoeker;
de dagtekening;
de aanduiding van het project of het besluit dat het gestelde
nadeel naar het oordeel van verzoeker heeft veroorzaakt;
een vermelding van de redenen waarom de gemeente gehouden zou
zijn de schade te vergoeden die het gevolg zou zijn van het
project of het besluit;
een opgave van de aard en eigen inschatting van de omvang van
het nadeel en een specificatie van het ingeschatte bedrag van
het nadeel;
een omschrijving van de wijze waarop het nadeel naar het oordeel
van verzoeker dient te worden vergoed, te weten in geld of in
natura, en, als een vergoeding in geld wordt gewenst, een opgave
van het bedrag dat naar het oordeel van de verzoeker vergoed
dient te worden;
een ondertekening door de verzoeker.
**3..** Het college bevestigt de ontvangst van het verzoek.
**4..** Indien het verzoek naar het oordeel van het college onvolledig is, wordt
de verzoeker in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen vier weken te
herstellen. Desgewenst kan het college verlangen dat de verzoeker binnen
de gestelde termijn door het college omschreven financiële en/of fiscale
bescheiden overlegt, waaruit het nadeel kan worden afgeleid, voor zover
het verzoek betrekking heeft op nadeel in de vorm van derving van winst
of inkomen.
**5..** Indien rechtsmiddelen zijn aangewend tegen het project of besluit, kan
de behandeling van de aanvraag worden opgeschort tot het moment waarop
in de aangespannen procedure onherroepelijk uitspraak is gedaan. Het
college stelt de verzoeker schriftelijk van de opschorting op de
hoogte.