Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 5

Artikel 23

Eigen bijdragen en eigen aandeel

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2014

Bij het verstrekken van een individuele voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: in het kader van de leefbaarheid gerealiseerde huishoudelijke verzorging in de vorm van licht en/of zwaar huishoudelijk werk in de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten van de woning; wonen in een geschikte woning; adequaat gebruik kunnen maken van goederen voor primaire levensbehoeften; adequaat gebruik kunnen maken van schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in en om de woning; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. De eigen bijdrage wordt toegepast op voorzieningen waarvoor op grond van de Wmo een eigen bijdrage mag worden gevraagd. De hoogte van de eigen bijdragen worden jaarlijks bepaald door aan te sluiten bij artikel 4.1 lid 1 van het landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning (Algemene maatregel van bestuur). Indien de bedragen in artikel 4.1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Algemene maatregel van bestuur) worden gewijzigd, worden de te hanteren eigen bijdragen in de gemeente geacht op gelijke wijze te zijn gewijzigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel