Bij het verstrekken van een individuele voorziening is een
eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien
van de volgende resultaten:
in het kader van de leefbaarheid gerealiseerde
huishoudelijke verzorging in de vorm van licht en/of zwaar
huishoudelijk werk in de woonkamer, slaapvertrekken, keuken
en sanitaire ruimten van de woning;
wonen in een geschikte woning;
adequaat gebruik kunnen maken van goederen voor primaire
levensbehoeften;
adequaat gebruik kunnen maken van schone, draagbare en
doelmatige kleding;
het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
behoren;
zich verplaatsen in en om de woning;
zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;
de mogelijkheid om medemensen te ontmoeten en op basis
daarvan sociale verbanden aan te gaan.
De eigen bijdrage wordt toegepast op voorzieningen waarvoor op grond
van de Wmo een eigen bijdrage mag worden gevraagd.
De hoogte van de eigen bijdragen worden jaarlijks bepaald door aan
te sluiten bij artikel 4.1 lid 1 van het landelijk Besluit
maatschappelijke ondersteuning (Algemene maatregel van bestuur).
Indien de bedragen in artikel 4.1 lid 1 van het Besluit
maatschappelijke ondersteuning (Algemene maatregel van bestuur)
worden gewijzigd, worden de te hanteren eigen bijdragen in de
gemeente geacht op gelijke wijze te zijn gewijzigd.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 5
Artikel 23
Eigen bijdragen en eigen aandeel
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2014