Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Afzien van verlaging van de uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren

1.. Het college ziet af van verlaging van de uitkering indien de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is verleend. Verlaging van de uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht vindt niet plaats na verloop van drie jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden. 2.. Het college kan afzien van verlaging van de uitkering indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3.. Indien het college afziet van verlaging van de uitkering op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 4.. Indien de gedraging een schending van de inlichtingenplicht betreft, ziet het college, onder het geven van een schriftelijke waarschuwing, af van een verlaging indien die gedraging niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel