Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
vijf procent van de uitkering bij gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de uitkering bij gedragingen van de tweede categorie;
twintig procent van de uitkering bij gedragingen van de derde categorie;
vijftig procent van de uitkering bij gedragingen van de vierde categorie;
honderd procent van de uitkering bij gedragingen van de vijfde categorie.
Hoofdstuk
Artikel 7
De hoogte van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren