**1..** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend
besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het
bestaan dan wel de uit de artikelen 9, 17 en 55 WWB, artikel 44 en 45
WIJ, artikel 30c, tweede lid of derde lid van de Wet SUWI voortvloeiende
verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, of zich jegens het college
zeer ernstig misdraagt, wordt de uitkering overeenkomstig de bepalingen
van deze verordening verlaagd.
**2..** De verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
omstandigheden waarin hij verkeert.
Artikel 2
Het verlagen van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren