**1..** Het college ziet af van verlaging van de uitkering indien de gedraging
meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college
heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de
inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte
uitkering is verleend. Verlaging van de uitkering wegens schending van
de inlichtingenplicht vindt niet plaats na verloop van drie jaren nadat
de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college kan afzien van verlaging van de uitkering indien het
daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college afziet van verlaging van de uitkering op grond van
dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
mededeling gedaan.
**4..** Indien de gedraging een schending van de inlichtingenplicht betreft,
ziet het college, onder het geven van een schriftelijke waarschuwing, af
van een verlaging indien die gedraging niet heeft geleid tot het ten
onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering, tenzij
het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt
binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder
aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
Artikel 5
Afzien van verlaging van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren