Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
minder dan vijf weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of
ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
behandelen.
Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of
ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten
hoogste twaalf weken.