De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
inzichten opgetreden
na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen
dat
intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen
ter
bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
beperkingen
niet zijn of worden nagekomen;
d.indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
binnen een
daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn,
binnen een
redelijke termijn;
e.indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.6