1.Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing,
onnodig op te
dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven
tot wanordelijkheden.
2.Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval waardoor
er wanordelijkheden
ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van
publiek aanleiding gevende
gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
ontstaan, dan wel
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
verplicht op een daartoe
strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
vervolgen of zich in de
door hem aangewezen richting te verwijderen.
Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde
bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid
of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
derde lid gestelde verbod.
Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
betogingen, vergaderingen en
godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld
in de Wet
openbare manifestaties.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1.1