1.Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
weerszijden van voor
stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
hoogspanningslijnen
voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn
aan te merken als
bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
2.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
ontheffing verlenen indien de
elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
toelaat.
3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
die deel uitmaken van de
hoogspanningslijn.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 6
Artikel 2.1.6.10