1.De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel
2.3.1.2 niet geldt voor een of
meer in dat besluit aangeduide soorten openbare inrichtingen in
de gehele gemeente dan
wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de
gemeente.
2.De exploitatie van een openbare inrichting waarop een besluit
als bedoeld in het eerste lid
van toepassing is, moet zodanig geschieden dat daardoor de woon-
en leefsituatie in
de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde niet
op ontoelaatbare wijze
nadelig worden beïnvloed.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.3